WAT IS PASSIEFBOUW ? >

Hanno® Passief 1 – 2 – 3 Systeem | Hanno® 3-E Systeemband |



PASSIEFHUIS

 

DEFINITIE

De term "passiefhuis" verwijst naar een specifieke constructiestandaard voor woongebouwen met een goed binnenklimaat gedurende winter zowel als zomer, zonder noodzaak van een traditioneel verwarmings- of koelsysteem.

 

DOELSTELLING

Op 31 januari 2008 riep het EU-parlement de EU-Commissie op een voorstel te presenteren voor een bindende eis , dat vanaf 2011 alle nieuwe of commerciele gebouwen, die verwarming en/of koeling behoeven, aan eisen voor "passieve woningen" moeten voldoen.

 

ENERGIEVERBRUIK

 

 









Passiefhuis -

Totale energievraag voor ruimteverwarming en koeling < 15 kWh/m2

De totale jaarlijkse hoeveelheid primaire energie beperken tot 120 kWh/m2

 

 

U-WAARDE

De U-waarde is de nieuwe Europese benaming van de vroegere k-waarde. Het verwijst naar de warmtetransmissiecoefficient van een bepaald onderdeel van een gebouw. Het geeft het warmteverlies aan dat per m2, per uur en per temperatuurverschil van 1° Celsius tussen binnen- en buitenmuur overgaat van de lucht in een binnenruimte naar de buitenlucht. Hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolerende werking van het constructieonderdeel. 

 

U-waarde passief huis < 0,6 h-1

Met silicone afgedichte voegen geven een U-waarde van 0,8 h-1 

 

LUCHTDICHT BOUWEN

Een goede luchtdichtheid is essentieel voor een efficiente en rationele ventilatiehuishouding. Gedreven door drukverschillen tussen de binnen- en buitenomgeving kunnen ongecontroleerde luchtlekken via kieren en spleten immers aanleiding geven tot overdreven energieverbruik en tocht.

Bij een passiefhuis wordt dus extra aandacht besteed aan de luchtdichting. De naden en overgangen met schrijnwerk worden luchtdicht gemaakt met kleefband of folies. De luchtdichtheid van het hele gebouw wordt getest met een pressurisatieproef of Blower Door test. Door de woning in onder- of bovendruk te brengen, kan men de luchtverliezen berekenen bij een drukverschil van 50 Pa: de n50-waarde.

 

BLOWER DOOR TEST

In een deur wordt in eerste instantie tussen de binnen- en buitenomgeving een drukverschil gecreeerd, waarna dan vervolgens de hoeveelheid weglekkende lucht wordt gemeten. Voor het opbouwen van dit drukverschil wordt in de praktijk meestal gebruik gemaakt van een zogenaamde "blower-door". Zoals de benaming van de proef zelf aangeeft, wordt bij deze proef in een deur- of raamopening een ventilator geplaatst die het gebouw in onder- of overdruk plaatst. De ventilator met regelbare snelheid is ingebouwd in een aan de specifieke ruwbouwmaten aanpasbare frame.